Skip navigation

NL | FR

Stralingen

De biosfeer wordt beïnvloed door stralingen.

Van vele stralingen kennen wij de oorsprong en hun invloed op de biosfeer.

a. De ioniserende straling die levende cellen kan beïnvloeden :

Alfastraling

Alfastraling

Alfastraling ontstaat wanneer een onstabiele kern een klein clustertje van 2 protonen en 2 neutronen uitzendt. Deze clustertjes worden "alfadeeltjes" genoemd. Vermits de kern al een behoorlijk aantal neutronen moet hebben om aan stabiliteit te kunnen winnen door het uitzenden van 4 kerndeeltjes, komt dit vervaltype voor bij zwaardere radioactieve kernen.

Alfadeeltjes hebben een klein doordringend vermogen: ze kunnen al tegengehouden worden door een velletje papier, een paar millimeter water of enkele centimeter lucht. Het is dus relatief eenvoudig om zichzelf te beschermen tegen de straling afkomstig van een alfabron die zich buiten het lichaam bevindt: onze dode opperhuid volstaat hiervoor.

Bètastraling

Bètastraling

Bij bètaverval zal een instabiele kern één van zijn neutronen omzetten in een proton, of omgekeerd, een proton omzetten in een neutron.

Afhankelijk van het feit of de kern minder of meer neutronen nodig heeft om stabieler te worden, zal er bij dit proces een elektron (bèta-min deeltje) of een positron (bèta-plus deeltje) uitgezonden worden.

Bètadeeltjes dringen heel wat dieper door in de materie dan alfadeeltjes. Ze kunnen pas gestopt worden door een plaatje aluminium of plexiglas, enkele centimeters water of enkele meters lucht. Voor zowel alfa- als bètaverval geldt dus dat de kern na het vervalproces veranderd is en minder neutronen en/of protonen heeft. Het zal dus niet langer om hetzelfde isotoop gaan en vaak is de resulterende kern niet langer onstabiel.

Indien de ontstane, nieuwe kern toch nog radioactief is, komt dit doordat de deeltjes die zich nog in de kern bevinden nog niet in de laagst mogelijke energietoestand zitten. Er zal dan een verval ontstaan naar een stabielere vorm en hierbij komt gammastraling vrij.

Gammastraling

Gammastraling

Bij gammaverval zal de kern niet van samenstelling veranderen, dus het aantal protonen en neutronen blijft gelijk. Toch wordt de kern stabieler vermits hij een deel van zijn teveel aan energie zal uitzenden onder de vorm van elektromagnetische straling die men "gammastraling" noemt.

Dit is straling zoals licht of microgolven, maar dan met een veel hogere energie (en dus een kleinere golflengte).

Gammastraling heeft een groot doordringend vermogen en wordt pas gestopt door enkele (tientallen) centimeters lood of ijzer, enkele meters water of honderden meters lucht. Gammastraling is dus veel moeilijker af te schermen dan alfa- of bètastraling.

Andere soorten straling

Naast deze drie types van straling zijn er nog andere, zoals Röntgenstraling of X-straling (ook een vorm van elektromagnetische straling, maar met een lagere energie dan gammastraling) of neutronenstraling.

In elk geval hebben al deze stralingen met elkaar gemeen dat ze "ioniserend" zijn. Ze worden zo genoemd omdat ze door hun interactie met de materie rechtstreeks of onrechtstreeks bindingen kunnen breken en zo ionen creëren. Het is deze eigenschap die toelaat straling ook te meten. We kunnen namelijk de creatie van ionen nauwkeurig registreren zodat we zelfs minieme hoeveelheden straling kunnen detecteren.

- de zonnewinden, die vooral in intensiteit variëren door de zgn. "zonnevlekken" (erupties van de zon) en die sterk ioniserend werken op de lucht. Gelukkig wordt deze straling afgebogen door de magnetosfeer van de aarde: de Van Allen gordel buigt die straling af naar de polen (die veroorzaakt het poollicht).

b. De niet-ioniserende stralingen:

- de zonnestraling die het ganse spectrum van het zichtbare {van 340nm (grens van UV) tot 780nm (grens IR)} en voor het menselijk oog onzichtbare licht bestrijkt.

Zonnestraling heeft tal van invloeden op ons lichaam: rood worden van de huid, ontsmetting, immuniteitsversterking, vorming van vitamine D.

In het bijzonder zijn de UV-stralen van betekenis; men verdeelt ze nu onder in A,B en C stralen, waarvan de intensiteit en aanwezigheid afhankelijk zijn van de breedtegraad van de aarde.

A: langste golflengte: die zijn ongezond (te langdurige bestraling kan huidkanker veroorzaken o.m. dodelijk melanoom); de huid bruint door afscheiding van melamine.

B en C zijn zeer weldoende.

Rond de aarde heeft men van Pool naar Evenaar een overgang van A naar C. In Equatoriaal Afrika geen A, vooral C. De regenboog in België is groener dan in Spanje waar hij meer oranje kleurt.

Men stelt vast dat de Eskimoos een broze gevoelige huid hebben terwijl de Afrikanen een zachte en stevige huid hebben. Verder valt het op dat de A gordel werkzaam maakt en dat de C gordel de spraak bevordert.

Het is de verdienste van ir. Helmut Eich die het spectrum (golflengtes) van de UV stralen heeft onderzocht en de heilzame invloed van de B en C stralen heeft vastgesteld. Hij ligt aan de basis van de ontwikkeling van de zgn. Puva lampen die UV licht van het type B en C produceren. Dit soort UV wordt aangewend in de behandeling van psoriasis. De Eichoterm is goedkoper en beter (alleen B en C), doch deze therapie maakt vooralsnog geen kans aan de universiteit.

- daarnaast zijn ook Infra Rode stralen van belang omdat zij een kalmerende invloed hebben en ook genezend werken bij bepaalde aandoeningen. Het wordt aanbevolen Infra Rode straling te richten op de voetzolen bij ziekten en stervenden. Het weldoend effect van Infra Rood zal trouwens tot uiting komen wanneer het vlammetje zal gemeten worden op verschillende frequenties van levensfuncties. Nota : geen Infra Rood op hersenen en nieren richten!!!

- elektromagnetische stralingen:
alhoewel het licht en andere straling ook met elektromagnetische straling kan vereenzelvigd worden, gaat het hier specifiek om elektromagnetische straling op radiofrequenties die door ontvangstapparaten kan gedetecteerd worden. Het betreft hier de normale radio en tv signalen en ook de Hertzkabelverbindingen en Radar signalen.

Hoe hoger de frequentie hoe groter het gevaar van beïnvloeding van de levende cellen en het is geweten dat men zich niet in de rechtstreekse straal van een radar op korte afstand mag bevinden: risico van brandwonden en andere effecten.

Bovenstaande vaststellingen worden door de wetenschapslui nog niet aanvaard, zeker niet de relatie tot de celstructuur. Men zal echter verder zien dat cellen niet enkel worden beïnvloed door ioniserende straling, dat cellen niet worden aangetast door elektromagnetische energie wanner het energetisch niveau heel laag is: het is alsof de cel dan "informatie" krijgt waardoor zij in haar interne informatieoverdracht wordt verstoord. Analoog aan dit verschijnsel is de verklaring die men geeft aan de werking van homeopathische preparaten: ook hier is sprake van informatie overdracht.

Tabel trillingen elektrosmog