Skip navigation

NL | FR

De bio-energetische velden of aardstralen

Aardstralen, bio-energetsiche velden

Deze naam wordt gegeven aan een geheel van stoorvelden en -netten, waarvan het bestaan door bepaalde verschijnselen op een reproduceerbare wijze wordt vastgesteld.

Deze aardstralen kunnen tot nog toe niet op een wetenschappelijke wijze gemeten worden met apparatuur die elektromagnetische straling kan meten. Wel is vastgesteld geweest door speciaal ontwikkelde apparatuur dat zgn. wichelroede lopers die naar water zoeken de faculteit bezaten te reageren op zeer kleine, nauwelijks nog te meten veranderingen van een magnetisch veld (10-13 Tesla).

Er zijn nog andere observaties gedaan in verband met deze netten die in verband worden gebracht met magnetische invloeden: zo heeft men kunnen vaststellen dat iemand die met het hoofd naar het noorden slaapt méér rode bloedcellen heeft dan wanneer hij met het hoofd naar het zuiden slaapt.

Verder heeft men in het verleden systematisch gevallen van kanker in Duitsland bestudeerd en telkens kwam men toet de vaststelling dat de kankerpatiënten zich op zgn. stoorplaatsen bevonden die door wichelroedelopers en pendelaars op voorhand waren aangeduid aan de hand van hun metingen van stoorvelden van wateraders, breuklijnen en netten.

Deze vaststellingen zijn een voldoende reden om de radiësthesie, indien zij correct en eerlijk wordt beoefend, te beschouwen als een waardevolle kennis die in bepaalde gevallen de geneeskunde en ons algemeen welzijn grote diensten kan bewijzen.

Besluit:
Van bepaalde natuurlijke en door mensen voortgebrachte stralingen kent men de invloed. Minder bekend zijn de effecten van bioenergetische velden en netten die men met gewone meetinstrumenten niet of nauwelijks kan detecteren.

Deze velden kunnen pathogeen zijn en in geval van ziekte kunnen soms klassieke therapieën niet helpen omdat hun effect gemaskeerd wordt door deze pathogene factoren (verhaal van de handdoek onder de lopende douche). Vandaar de noodzaak om pathogene factoren op te heffen.

Aanwijzingen voor effecten van bio-energetische velden of aardstralen op levende wezens

Planten en dieren reageren op bio-energetische velden, netten en aardstralen.

Bij de dieren heeft men het volgende proefondervindelijk vastgesteld:

  • dieren die negatieve velden verkiezen: katten, mieren, slangen, insecten en bacillen.
  • dieren die positieve velden verkiezen: honden, schapen, paarden, ...

De vogels die eenzelfde hersenstructuur hebben als de slangen bouwen bij voorkeur hun nesten boven links dominante velden. Ooievaars bouwen dus hun nesten op plaatsen die voor de mens het slechtst zijn!

Bij planten kan men grillige groeipatronen vaststellen wanneer ze op een gestoorde zone staan. Ook hier treft men aan :

  • planten die beter op een dominant links gedijen: appel- en perenboom, notelaar, beuk
  • planten die beter op dominant rechts gedijen: kersen, pruimen, maretak, eik, dennenbomen

Merkwaardig is het voorkomen van de maretak : deze plant gedijt op bomen die door een linksdraaiend veld gestoord zijn; de maretak zorgt als het ware voor een soort compensatie.

Bio-energetische velden of aardstralen en de mens

Ook de mens is gevoelig voor bio-energetische velden of aardstralen. Uit overleveringen uit de oudheid leren wij dat de Dru�den gevoelig waren voor velden en dat de Kelten hun woon- en slaapplaatsen zorgvuldig kozen. Ook de Egyptenaren en de Romeinen wisten van goede en slechte plaatsen af.

De mens schijnt de gevoeligheid voor het detecteren van bio-energetische velden te hebben verloren. Echter door oefening kan de gevoeligheid weer aangescherpt worden.

Dat het menselijk lichaam voor velden gevoelig is wordt door de wichelroedelopers en anderen bewezen. Men heeft kunnen vaststellen dat het uitslaan van de wichelroede of de rotatie van de pendel niet door het instrument zelf wordt veroorzaakt maar dat de beweging door het samentrekken van spieren in de armen en polsen wordt teweeggebracht.

De mens is derhalve een antenne die deze velden straling ontvangt en weer uitzendt. Men spreekt in verband met het uitzenden van de "aura".

Wij zullen verder ook zien dat de opgenomen velden bij een mens (ook bij dieren en planten) kunnen gemeten worden met de Lecher antenne.

Het menselijk lichaam zal de opgenomen velden in zijn cellen vastleggen en zal aldus een "hologram" (ruimtelijk driedimensionaal beeld) van de velden in zich dragen. Dit hologram is het beeld van de invloed van deze velden op de plaats waar het voor de langste duur aan de hoogste intensiteit werd blootgesteld, d.i. in zijn slaapkamer.

Bio-energetische velden en de slaapkamer

De slaapkamer is niet enkel de plaats waar een mens een groot deel van zijn leven doorbrengt maar het is ook de plek waar het lichaam tijdens de nacht wordt blootgesteld aan de grootste intensiteit:

geschatte factoren
- door de verminderde ionisatie van de lucht is de energie die ons bereikt ook groter: x 5
- door de horizontale ligging biedt het lichaam een groter oppervlak aan: x 8
- tijdens de dag is er een verminderde afschermende elektrospanning op de huid (door licht): x 2
- de duur van blootstelling op dezelfde plaats is groter: x 5
Totaal krijgen de cellen van ons lichaam een factor méér: x 400

De slaapkamer is dus de plaats waar men bij voorkeur de stoorsignalen zal meten. Ook zullen zich daar de meest ongemakken tengevolge van velden en netten voordoen. Men wijdt er bvb de aanvallen van reuma aan.

Bio-energetische velden of aardstralen zijn gepolariseerd

De bio-energetische velden afkomstig uit tellurische stromen (aardstralen), van het aardmagnetisme (de netten, zie verder), van radars, enz. vertonen dezelfde kenmerken als die van elektromagnetische straling doordat zij zich ook laten bundelen en breken volgens de wetten van de optica.

Zo stelt men vast dat een gesloten ruimte werkt als een camera die het beeld van zowat 30m aan weerszijden van het huis verkleind weergeeft. Dit staaft men door stoorspooronderzoek waarbij men door middel van de Lecher antenne het hologram van de optredende stoorsignalen op een persoon kan detecteren.

Men heeft vastgesteld dat de velden gepolariseerd zijn d.w.z. dat zij een links- en een rechtsdraaiende component bezitten. Men spreekt van "spiraliserende velden". Deze bevindingen berusten op het inbouwen, in de Lecherantenne, van een magneetstaafje en op de vaststelling dat de reacties van de Lecherantenne verschillend zijn naargelang de zin (polarisatie) waarmede het magneetstaafje in de holte van één der greepstangen van de antenne is gezet.

Dit verschijnsel lijkt erop te wijzen dat hier ook van een bepaalde analogie met elektromagnetisme sprake kan zijn; uit de theoretische stralingsleer weet men aan de hand van de wetten van Maxwell dat een elektromagnetische straling bestaat uit een elektrische componente en een magnetische componente. Beide vectoren zijn 90° in fase verschoven (in de ruimte staan zij dus loodrecht op elkaar). De voortplanting van elektromagnetische golven gebeurt met een snelheid gelijk aan die van het licht).