Skip navigation

NL | FR

De wichelroede voor opzoeking van wateraders

De wichelroede voor opzoeking van wateraders

Dit instrument zou reeds in de Oudheid bekend zijn geweest. In de Bijbel herkennen sommigen in de staf waarmee Mozes water uit de rots sloeg een soort wichelroede.

Bij de Egyptenaren had men ook kennis van stoorvelden en de "ankh", nu symbool van de radiësthesisten, wordt met de wichelroede geassocieerd.

Ook de Chinezen kenden zogenaamde geomanten, dit zijn geleerden, die moesten beslissen hoe en waar een woning mocht worden neergezet. Het is echter niet bekend of zij daar een instrument voor gebruikten. Vast staat echter dat zij wisten welke zenuwprikkels de hersenen en de gezondheid beïnvloedden, als men bedenkt dat de acupunctuur door hen reeds sinds eeuwen wordt beoefend.

Zelfs de Romeinen, waarvan bekend is dat zij niet de kennis hadden zoals de Egyptenaren en Grieken op gebied van geneeskunde, wisten gevaarlijke woonplaatsen te detecteren. Zij, de Haruspices (Auguren), deden dit op een onrechtstreekse wijze door op een plaats gedurende één jaar schapen te kweken, ze nadien te slachten en te besluiten aan de hand van de studie van de ingewanden en de lever of die plaats als woonplaats geschikt was.

De wichelroede wordt vandaag nog gebruikt door waterzoekers om onderaardse waterbronnen op de sporen. In de literatuur leest men historische feiten daaromtrent die alle twijfels omtrent de werkzaamheid ervan wegnemen. In Duitsland werd in opdracht van de Bundesregierung een onderzoek ingesteld omtrent het functioneren van de wichelroede. Dit heeft aanleiding gegeven tot het publiceren van het Wünschelrute rapport, waarin o.a. staat dat op 600 personen de beweerden met de wichelroede te kunnen werken, er slechts 14 waren die echt in de opgelegde testen zijn geslaagd. Dit is een mager resultaat. De reden moet gezocht worden in het feit dat er niet alleen veel charlatans rondlopen, maar dat het hanteren van een wichelroede veel ervaring eist en dat ze ook niet selectief meet. Wel heeft men proefondervindelijk vastgesteld dat een bepaalde selectiviteit kan bekomen worden door de greeplengte aan te passen. Deze greeplengtes zijn door kleuren (overeenkomstig de netten) gemerkt op de wichelroede.

Daartegenover staat dat als men de wichelroede goed weet te hanteren, haar gevoeligheid voor het opsporen van wateraders veel groter is dan die van de Lecher antenne. De detektie van wateraders kan tot op 800 meter en zelfs méér met de wichelroede, vergeleken met 300 meter die men met een Lecherantenne kan bereiken.